Historie

Stichting Kunst- en Ontmoetingscentrum Geervliet/Galerie Gee’71,
Begin 1970 organiseerde de Geervlietse kunstenaar Arie Meuldijk in zijn toenmalige woning/atelier enige tentoonstellingen in de woonkamer, onder de naam galerie Gee’70. Kort daarop stichtte hij een gezin, waarna de galerie weer woonkamer werd. Juist in die voorzomer van 1970 kwamen de pandjes aan de Burgemeester van der Minnelaan 7-11 leeg te staan. Het waren onbewoonbaar verklaarde woningen, drie arbeidershuisjes onder één kap, letterlijk en figuurlijk gelegen in de schaduw van de monumentale boerderij waar ooit hun bewoners werk vonden, en in het latere ‘beschermd dorpsgezicht’ van het stadje Geervliet.
De bedoeling was, dat de pandjes zouden worden gesloopt, het kavel stond in het bestemmingsplan aangegeven als ‘sierbestrating’.
Galerie Gee '71
Met instemming van het toenmalige college van B&W heeft een groep vrijwilligers die de sluiting van Galerie Gee’70 betreurde, de enigszins vervallen pandjes geschikt gemaakt voor het houden van exposities van werk van beroepskunstenaars. B&W bedong geen huur en het gebruik werd toegestaan ‘totdat de bulldozer komt’. De eerste expositie vond plaats in september 1970. (De huur voor de exposant bedroegƒ 50,-, de commissie over verkopen 20%). Sindsdien vonden gemiddeld acht exposities per jaar plaats (de sluiting gedurende de langdurige rehabilitatie meegerekend: negen).
Stichting
Als rechtsvorm werd de stichting gekozen (de Stichting Kunst- en Ontmoetingscentrum Geervliet), met als doelstelling het benutten van de pandjes als expositieruimte, onder de naam Gee’71. In het bestuur hadden (en hebben) op vrijwillige basis leken en kunstenaars zitting, in eerste instantie Arie Meuldijk, kunstenaar te Geervliet, voorzitter; Piet Lesuis, student economie te Rotterdam, penningmeester, en Jan Stoof, journalist te Geervliet, secretaris. Tijdens de openingstijden werd en wordt bij toerbeurt toezicht gehouden door de leden van een om de galerie gevormde groep vrijwilligers.Tegen het eind van de jaren zeventig gold de regeling Bijzonder Regionaal Welzijnsbeleid (BRW), van het toenmalige ministerie van CRM. De gemeente Geervliet kwam daar ook voor in aanmerking. KOG/Gee’71 dong mee naar een uitkering in het kader van deze regeling, met als doel, fondsen te verwerven voor een rehabilitatie van de pandjes – van sloop was nooit gekomen. Het bestuur boekte succes: KOG/Gee’71 ontving van de provincie Zuid-Holland een bedrag van ƒ 140.000,- om de pandjes volledig te restaureren en in te richten volgens de eisen die aan een galerie kunnen worden gesteld. Voorwaarde was, dat de pandjes vijfentwintig jaar als galerie in gebruik zouden blijven. Het bedrag bleek niet voldoende om de totale restauratiekosten te kunnen dekken, de gemeente moest nog ƒ 160.000,- bijdragen.Teneinde een goede uitvoering van de werkzaamheden te garanderen, cedeerde KOG/Gee’71 de subsidie aan de toenmalige gemeente Geervliet, die in nauw overleg met KOG/Gee’71 het werk liet uitvoeren door architect Prins en aannemer Woudenberg.
Het resultaat was een op aanwijzingen van KOG/Gee’71 ingedeelde en ingerichte galerie met tweeëntwintig strekkende meter muurruimte met een hanghoogte van 2,5 m., een uitstekende lichtval, prima ophangvoorzieningen en perfecte kunstlichtmogelijkheden alsmede voorzieningen om objecten tentoon te stellen.
De heropening vond tegelijkertijd plaats met de viering van het tienjarig bestaan van de galerie, in september 1980.
het interieur
De inkomsten van de KOG/Gee’71 bestonden in hoofdzaak uit de huuropbrengsten van de galerie, de commissie over eventuele verkopen en begunstigingen van derden. De onkosten laten zich raden: nutsbedrijven, PTT, drukwerk, abonnementen, huishoudelijke kosten en zo meer.
Bestuur
Begin jaren ’80 vroeg de gemeente Bernisse (waar Geervliet sinds 1-1-’80 onder valt) om het bestuur zo samen te stellen dat uit alle groepen betrokkenen vertegenwoordigers zouden plaatshebben. Dat is gebeurd.
De huidige bestuurssamenstelling is: mw. mr. M.C. Kaptein (officier van justitie, Rotterdam), dr. P.J.J. Lesuis (econoom, Rotterdam) penningmeester, J. Stoof (journalist, Geervliet) secretaris, mw. R.J.C. Lageweg (onderwijzeres, Geervliet) en I. v. Buren (kunstenaar, Dordrecht) exposantenbestuurslid.Vanaf ongeveer 1985 zette een rijksbeleid in, dat het voor vele kunstenaars financieel moeilijker maakte, te exposeren. Tot dan bestond de Beeldende Kunstenaarsregeling (BKR), die in hun inkomen voorzag – tegen inlevering van (een deel van) hun werk. Ze kregen de taak, zelfstandig een inkomen te verwerven op de markt. Hierdoor verslechterde hun inkomenssituatie aanzienlijk, een groot aantal legde het gereedschap voor goed neer en een aantal zocht naar neveninkomsten, daarmee hun scheppende werk grotendeels verlatend.
Voor KOG/Gee’71 betekende dit, dat een aantal oud-exposanten en potentiële exposanten te kennen gaf, zich de kosten van het exposeren niet meer te kunnen veroorloven. Toch zag het bestuur kans, de continuïteit van KOG/Gee’71 te handhaven, zij het dat van de betrokken vrijwilligers steeds zwaardere inspanningen werden gevergd. Niettemin liep het aantal exposities tijdelijk enigszins terug. Hierbij moet worden aangetekend, dat landelijk bezien galeries gemiddeld 9 exposities per jaar organiseren (Trouw, 1-7-’94).In deze omstandigheden is KOG/Gee’71 er niettemin in geslaagd om beroepskunstenaars te blijven aantrekken. Ook is de groep vrijwilligers in stand gebleven en heeft KOG/Gee’71 steeds de fondsen weten te verwerven om de lopende kosten – mede gemaakt om de galerie droog, warm en schoon te houden en bekendheid te blijven geven aan de activiteiten, te dekken, nog steeds zonder andere subsidie dan die op de kosten van het onderhoud aan het buitenwerk van de pandjes.
Aankoop pandjes
In september 1994 kwamen er berichten over de mogelijke verkoop van de pandjes door de gemeente. Kort daarvoor had het bestuur enige honderden haar bekende kunstenaars nog eens op het bestaan van de galerie en de daar geboden tentoonstellingsmogelijkheden te wijzen. Dit resulteerde in een sindsdien goed gevulde agenda.
Ook slaagde het bestuur er in, een aantal ondernemers als begunstiger te interesseren – met als tegenprestatie naamvermelding op de drukwerken – à ongeveer ƒ 500,- per jaar (of gelijkwaardige diensten) per ondernemer, een welkome aanvulling op de liquiditeitspositie. In mei 1995 viel een raadsbesluit tot verkoop van de pandjes. Hierdoor dreigde aan de activiteiten van de Stichting KOG/Galerie Gee’71 een einde te komen. De Stichting verweerde zich echter met succes zich tegen het raadsbesluit. Daarop bood de gemeente de pandjes te koop aan aan de Stichting. Uit eigen kring – waar tot dan toe enkele tientallen begunstigers jaarlijks ƒ 25,- bijdroegen – wist K.O.G. de aankoopsom van ƒ 81.000,- te genereren uit renteloze leningen en schenkingen. De eerste aanzet werd gegeven tijdens de viering van het vijfentwintigjarig bestaan, in september 1995. Bij diezelfde gelegenheid ook hield dr. L. Tilanus de eerste Septemberlezing.
Op 9 augustus 1996 werd de koop bij de notaris bezegeld. Gee’71 blijft bestaan.Begin 1997 heeft de nieuwe eigenaar de galerie een fikse opknapbeurt laten geven. De oude drie gaskachels werden vervangen door een eigentijdse cv-installatie, die een constantere temperatuur garandeert, de grove poriso-wanden werden gestuct, zodat fijner werk niet meer wegvalt tegen de ruwe structuur. Voor het overige werden de activiteiten voortgezet zoals gebruikelijk.
Maar naar verloop van tijd werd wel duidelijk dat de financiele toekomst van Gee’71 weinig rooskleurig was. Het was dat ook fijn dat de mogelijkheid kwam om het pand te verkopen en van de nieuwe eigenaar te gaan huren. Alle renteloze leningen zijn terugbetaald. Direct na de verkoop is de tuin opnieuw aangelegd en ook is binnen en buiten het nodige opknapwerk verricht.